Raad van State
t.a.v. de Hoogedelgestrenge Heer H. Tjeenk Willink
Postbus 20019
2500 EA Den Haag
Antwerpen, 1 mei 2007
Zeer geachte heer Tjeenk Willink,
In de NRC van 26 april 2007 las ik een samenvatting van wat U kennelijk gezegd hebt bij het uitbrengen van het jaarverslag van de Raad van State.
Daarbij is (uiteraard baseer ik me op die samenvatting) door U gesteld, dat U elk jaar weer kritiek heeft op de kwaliteit van bestuur, die met veel instemming wordt ontvangen. Maar er verandert niets. U geeft, verder op, aan, dat het niet goed functioneren van het bestuur leidt tot onbegrip bij de burgers, dat zodoende de legitimiteit van de democratie wordt aangetast en dat hierdoor de kwaliteit van de publieke dienstverlening wordt aangetast.
Ik vond deze kwalificaties tekenend. Echter niet alleen voor het landsbestuur, maar ook voor de Raad van State. Ik hoop, dat U het me niet euvel duidt, dat ik me dienaangaande rechtstreeks tot U richt. Uiteraard heb ik bij mijn volgende kanttekening absoluut niet de intentie me te bemoeien met het advies en rechtsprekend werk van de Raad van State.
Ik ben een Nederlander die sinds vier jaar in België woont. Sinds mijn migratie is in Nederland een Zorgverzekeringswet ingevoerd. Deze heeft voor mij zeer nadelige gevolgen, al is het maar omdat ik per 31 december 2005 door CZ uit de particuliere ziekteverzekering ben gezet en ik me nadien, omdat ik ouder ben dan zeventig, niet meer particulier heb kunnen verzekeren.
Ik weet, dat bij de Raad van State door de advocaten Mr E.H. Pijnacker Hordijk en Mr W.W. Geursen twee zaken zijn ingediend ter zake van het keuzerecht en de woonlandfactor. Ik heb vernomen, dat op 25 april 2007 uitspraak in beide zaken is gedaan. Kort omschreven wordt gesteld in de uitspraak, dat het bezwaar van de appellant tegen de brief van het College zorgverzekeringen van januari 2006, alsnog niet-ontvankelijk is.
Wat ik als burger niet begrijp, is het feit, dat
hier op strikt formele gronden een bezwaar niet ontvankelijk wordt verklaard,
waarbij op geen enkele wijze is ingegaan op de inhoudelijke problematiek waardoor
duizenden geëmigreerde Nederlanders naar andere landen van de Europese Unie
zijn benadeeld. Gelet op de leeftijd van velen van hen zijn zij overleden
op het moment, dat na jaren eindelijk duidelijkheid is ten aanzien van het
keuzerecht en de woonlandfactor.
Ik heb uiteraard met velen in mijn naaste omgeving gesproken. Wij begrijpen niet, dat de Raad van State een dergelijke formele uitspraak doet in een zaak, die voor velen inhoudelijk thans speelt, wat leidt tot onbegrip bij deze groep burgers en waardoor het vertrouwen van deze burgers in de Raad van State wordt ondermijnd.
Ik meen juist te handelen door dit gevoelen onder Uw aandacht te brengen.
Met vriendelijke groet,
Dr W.A.J.M. Harkx
2000
Antwerpen
Belgium