Antwoorden
op kamervragen van Kant over de Europese verordening 1408/71
Kamerstuk, 16 januari 2006
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
DBO-K-U-2651586
16 januari 2006
Antwoorden van de minister op de vragen van het Kamerlid Kant (SP) over de Europese
verordening 1408/71 (2050606130).
Vraag 1
Wat is uw reactie op de stelling van juristen die gespecialiseerd zijn in het
internationale sociale zekerheidsrecht, dat er geen Europese regelgeving is die
Nederland verplicht om zorgpremies te eisen van in het buitenland wonende Nederlanders?
1)
Vraag 2
Wat is uw reactie op de analyse van juristen en de Europese Commissie dat de verordening
1408/71 niet dwingend is, maar dat lidstaten het recht hebben die premies te innen?
Deelt u deze analyse? Zo neen, waarom niet?
Antwoorden 1 en 2
De bijdrage van verdragsgerechtigden wordt regelmatig ter discussie gesteld. De
vraag is opgekomen of de heffing van de bijdrage voor verdragsgerechtigden verplicht
voortvloeit uit de Europese Verordening. Ik heb daarover in de Eerste Kamer op
27 september 2005 gezegd dat ik lange tijd in de veronderstelling heb geleefd
dat het Europeesrechtelijk niet mogelijk is om differentiatie aan te brengen in
de bijdrage die door verdragsgerechtigden moet worden betaald. Nadere beschouwing
van de Europese wetsteksten heeft uiteindelijk geleid tot de conclusie dat het
wel degelijk mogelijk is om differentiatie aan te brengen in de bijdragen voor
verdragsgerechtigden. Op grond van deze conclusie heb ik besloten de AWBZ-component
in de bijdrage met 30% te verlagen.(Nonsens, leugen) Een en ander houdt uiteraard
in dat ook de bevoegdheid bestaat om in het geheel geen bijdrage te vragen van
verdragsgerechtigden. Dit zou echter tot bizarre consequenties leiden. Als Nederland
deze bijdrage niet zou vragen, dan moet Nederland namelijk toch betalen aan andere
EU-lidstaten en verdragsstaten, waar Nederlandse gepensioneerden wonen. Het gaat
hier om vaste bedragen, gebaseerd op de gemiddelde zorgkosten in het gastland.
Deze aanzienlijke bedragen zouden dan extra moeten worden opgebracht door de verzekeringsplichtigen
in Nederland. Dat acht ik een ongewenste situatie. Dat geldt ook voor de mogelijkheid
om de bijdrage vast te stellen op € 0 wanneer men een goede particuliere
dekking heeft voor het Nederlandse pakket. Overigens is mij geen particuliere
verzekering bekend die een goede dekking bevat ter vervanging van de dekking van
zowel de Zvw als de AWBZ. Toch is ook een dekking voor de AWBZ-zorg noodzakelijk
om te voorkomen dat de situatie herleeft waarbij particulier verzekerden die in
het buitenland wonen zich op het moment waarop zich lichamelijke gebreken gaan
voordoen weer in Nederland vestigen en een beroep doen op de solidariteit van
de AWBZ waaraan zij niet hebben bijgedragen.
Vraag 3
Hoe is deze analyse te rijmen met uw uitspraak “De verzekerde betaalt een
bijdrage aan Nederland, iets waar nu veel over te doen is. Een en ander vloeit
voort uit de Europese sociale zekerheidsverordening. Die verordening werkt rechtstreeks
door in de nationale wetgeving en is van hogere orde. Wat wij hier doen, komt
dwingend voort uit de Europese wetgeving."? 2)
Vraag 4
Waarom heeft u tijdens dit debat gesteld dat deze verordening dwingend is?
Antwoord 3 en 4
Op grond van de Europese sociale zekerheidsverordening of een ander sociaal zekerheidsverdrag
hebben mensen met een Nederlands pensioen in het buitenland recht op zorg ten
laste van Nederland. Dit schrijft de verordening of het verdrag dwingend voor.
Betrokkenen dienen zich hiertoe in te schrijven bij het plaatselijke verzekeringsorgaan.
Nederland is wederom op grond van de Verordening verplicht om aan het woonland
waar betrokkenen zijn ingeschreven een vast bedrag te betalen gebaseerd op de
gemiddelde zorgkosten in dat land.
Dat bedrag is Nederland verschuldigd ongeacht of iemand daadwerkelijk gebruik
maakt van de zorg of niet.Theoretisch zou Nederland hiervoor geen premie hoeven
te heffen maar de facto zou dat tot zeer onrechtvaardige situaties leiden. Zoals
ik hiervoor heb aangegeven, betekent dit dat als Nederland deze bijdrage niet
zou innen dat het totaalbedrag dat Nederland betaalt aan verdragsstaten, waar
Nederlandse gepensioneerden wonen, extra opgebracht zou moeten worden door de
Nederlandse verzekerden. Feitelijk gaat het hier niet om een de iure maar om een
de facto voortvloeien uit de verordening.