H. Frentz

Denemarken

Aan Hare Majesteit, Koningin Beatrix der Nederlanden

Paleis Noordeinde
Postbus 30412
2500 GK ’s Gravenhage


Aidt, 7 mei 2007


Majesteit,

Met alle verschuldigde eerbied richt ik mij tot U.
Het is mij bekend dat U Uw taak met de grootst mogelijke zorgvuldigheid verricht. Het is mij bekend dat U de wetten van het Koninkrijk ondertekent nadat U zich ervan vergewist heb dat zij in het belang zijn van en dienstig zijn aan het Koninkrijk.

Vanuit die optiek acht ik het van groot belang U in kennis te stellen van het navolgende.
In het jaar 2005 is te Uwer tafel gekomen de Wet van 16 juni 2005, houdende regeling van een sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de gehele bevolking (Zorgverzekeringswet) en op 1 januari 2006 is deze wet in werking getreden. Met de uitvoering van deze wet is het College voor Zorgverzekeringen CvZ belast.

Het blijkt nu dat dit College zowel bepalende taken, als uitvoerende en rechtsprekende taken uitoefent. Het College bepaalt en beslist wie er verdragsgerechtigd/bijdrageplichtig is en welke instanties/pensioenfondsen onder de Europese verordening Vo. 1408 vallen, voert de hierboven genoemde beslissingen uit, door middel van opdrachten aan de Sociale Verzekeringsbank SVB en pensioenfondsen etc, en behandelt bezwaren.
Op zich komt dat vaker voor in het Nederlandse Recht. Maar o.a. omdat het CvZ zich niet houdt aan de Algemene wet bestuursrecht en aan de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur, handelt dit College in strijd met de regels van behoorlijk bestuur.
Het gevolg is een schier eindeloze procesgang, waarbij het CvZ als enige zijn eigen beslissingen beoordeelt. Hierdoor is er sprake van een schending van de scheiding der machten en derhalve van de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden. Tevens negeert het College rechterlijke uitspraken en zelfs Raad van State arresten.
Het is mij bekend dat ook de heer mr. H.D. Tjeenk Willink zich zorgen maakt over het functioneren van de rechtsstaat en heeft toegezegd daar werk van te maken. Het hierboven geschetste, de procesgang rondom het functioneren van het CvZ moge hiervan een voorbeeld zijn.

De Zorgverzekeringswet en het functioneren van het CvZ veroorzaken bij honderdduizenden gepensioneerde Nederlanders die in het buitenland wonen, grote bekommernis en wanhoop. Het mag niet zo zijn, stel ik met enige schroom vast, dat zij niet meer trots kunnen zijn op hun vaderland. Ik moge U verzoeken de ernstige problemen voor de geëmigreerde Nederlanders, veroorzaakt door de Zorgverzekeringswet, te laten onderzoeken en te laten corrigeren.

In afwachting van Uw antwoord en met
Gevoelens van de meeste Hoogachting,

H. Frentz